Home

Historie

Vectura

Victus

Empresa

Fotoalbum

Video

Gastenboek

Links
Scheepvaart
Historie
 
Hoewel er voor 1900 al sprake was van scheepvaart in de familie Theunisse gaat dit historisch overzicht terug tot 20 juni 1911. Op deze dag werd op de tweemaster “Sterre der Zee”, te St. Annaland, opa Kees (Cornelis) Theunisse geboren in het gezin van schipper C. Theunisse. Kees was niet alleen; hij had zes broers. Het was dan ook niet verwonderlijk dat vader zijn volgend schip wat hij in 1928 bij de firma Boot te Alphen a/d Rijn liet bouwen “De Zeven Gebroeders” noemde.
 
 
Het varen zat ook Kees waarschijnlijk in het bloed want op 17-jarige leeftijd trad hij in dienst bij oom Jakob op de “Spes Salutis”. Na de periode bij oom Jakob volgden er nog andere betrekkingen om als laatste in dienst te komen bij oom Piet op de “Daniel Jacoba”.
 
 
In 1937 kocht Kees van oom Siebe Fontein, de oom van zijn aanstaande vrouw Suus (oma) van Utrecht de klipper “Mijn Verlangen”. Het was een klipper met een zogeheten “paardenkont”. Kees vond dat niet fraai en zei: “Mijn verlangen is het niet, want ze heeft een paardenkont”.
 
 
Hij noemde het in 1906 te Waspik gebouwde schip “Hoop Op Welvaart”. De lengte bedroeg 26 m, de breedte 5,05 m en bij een diepgang van 2,05 m bedroeg de tonnage 146 ton. Het schip dat uitgerust was met zeilen, werd ook van een zijschroef
voorzien. De zijschroef werd aangedreven door een Deutz van 16 pk. Dat dit vermogen in sommige gevallen wat weinig was laat zich gemakkelijk raden. Als men afvarig Rossum binnen moest kon dit niet anders dan kopvoor. Opdraaien was niet mogelijk; er was te weinig vermogen. De plaatsing van de Blackstone van 26 pk op het achterschip was dan ook een hele verbetering.
 
 
Kees trouwde in 1938 met Suus van Utrecht, dochter van schipper Chris van Utrecht. Van Utrecht voer met de klipper “Apolonia” die hij rond zijn trouwdag heeft laten bouwen. Dit schip is nog steeds in de familie en vaart als vakantieschip.
 
In de oorlog werd er voor de zogeheten “voedselvoorziening” gevaren. Voornamelijk in Drenthe en Friesland werden er aardappels geladen om vervolgens getransporteerd te worden naar de grote steden waar de voedseltekorten vooral in het laatste jaar hoog opliepen. Tijdens deze reizen vormden de Engelse vliegtuigen een potentieel gevaar; zij hadden namelijk de naam dat ze schoten op alles wat bewoog. Desondanks is de “Hoop Op Welvaart” tijdens de vaart nooit het doelwit geweest.

In 1954 werd de “Hoop Op Welvaart” drie meter verlengd. Dit leverde een winst op van 18 ton. De tonnage bedroeg nu 164 ton. Groter zou niet voordeliger zijn geweest, omdat schepen van 165 ton of groter, een extra laad- en losdag hadden.
 
 
Rond het jaar 1960 werd de Blackstone vervangen door een DAF van 80 pk. Het vermogen werd daardoor flink opgeschroefd. Deze motor haalde 2100tpm, waarvan 350 op de schroefas (1:6) en verbruikte daarbij 18 ltr/u. Met deze pk’s werd een snelheid behaald van 15 km/h leeg, en 12 km/h geladen.
 
De vrachten die vervoerd werden waren verschillend. Er werd altijd via de beurs gevaren. De lading bedroeg meestal stukgoed en veevoeders. Het stukgoed werd in Rotterdam geladen en in Amsterdam gelost. Dit waren intensieve reizen, omdat in Rotterdam de vracht regelmatig pas om 17:00 geladen was, en de andere dag weer vroeg gelost moest worden. Ook werden er regelmatig stenen geladen bij de steenfabrieken aan de Rijn en Waal voor bestemmingen in Zeeland. In het najaar werd altijd mee gedaan aan de “peeëncampagne”, oftewel de suikerbietencampagne. Per jaar werden er zo’n 50 reizen gedaan. De besommingen waren natuurlijk van een heel andere orde als tegenwoordig. Eind jaren ’30 werden er reizen gedaan die niet meer opbrachten dan F 65, -.
 
 
 
In 1968 werd de Hoop Op Welvaart verkocht, en verhuisden zij naar de wal in Dordrecht.

 
 
 
Ga naar overzicht  schepen in de familie Theunisse.
 

          
 
HomeHistorieVecturaVictusEmpresaFotoalbumVideoGastenboekLinks
Vervoer over water de juiste weg! - Copyright 2008-2013